FEB 2025 – INDEPENDENT MAGAZINE UNIVERSITY OF AMSTERDAM – FOLIA.NL ZWEMMEN TEGEN STRESS Icecold water washes sorrows away FEMALE RESISTANCE UvA-students helped rescue Jewish babies NOA VAHLE In Qatar questions need to be asked TRIPS & TRICKS How companies try to lure top students with fancy trips
28 Brrrrrrrrr Ik ben geregeld in Zuid-Frankrijk en kan dan nooit de verleiding weerstaan – óók in de winter – een duik te nemen in de Middellandse Zee. In de zomer is me dat uiteraard een groot genoegen, maar in de winter niet per se: brrrrrrr! Toch duik ik erin, meestal bij een watertemperatuur onder de tien graden. Meestal weet ik niet hoe snel ik er weer uit moet komen, maar hoe verfrissend is zo’n winterduik! FGw-decaan Marieke de Goede kan erover meepraten: ze is dol op midwinter koudwaterzwemmen in een Noord-Hollands duinmeertje. In Folia vertelt ze waarom. Verder in deze winter-Folia: de laatste klimaatnieuwtjes van Joyeeta Gupta, bedrijven die high potential studenten trakteren op leuke reisjes, een interview met de Joodse Rachel Sluijs die in de oorlog naar een onderduikadres werd ‘gesmokkeld’ door UvA-studenten en de vraag of dankbaarheid het wondermiddel is tegen somberheid. Verder: leuke columns, lekker eten en nog veel meer leesvoer voor die lange winteravonden! Een fijne winter en veel leesplezier! Dirk Wolthekker Hoofdredacteur Folia P.S. Heb je nieuws? Mail ons: redactie@folia.nl of laat een DM achter op @Folia_NL Brrrrrrrrr I am regularly in the south of France and can never resist the temptation – even in winter – to take a dip in the Mediterranean Sea. In summer, this is obviously a great pleasure, but not necessarily in winter: brrrrrrr! Still, I dive in, usually at a water temperature of less than ten degrees. Usually I don’t know how quickly to get out again, but how refreshing such a winter dive is! Humanities dean Marieke de Goede knows all about it: she loves midwinter cold-water swimming in a North Holland dune lake. In Folia, she explains why. Also in this winter Folia: the latest climate news from Joyeeta Gupta, companies offering fun trips to high potential students, an interview with the Jewish Rachel Sluijs who was ‘smuggled’ to a safe house by UvA students during the WW II, and the question whether gratitude is the panacea against gloom. Also: fun columns, good food and lots more reading material for those long winter evenings! Have a nice winter and enjoy reading! Dirk Wolthekker Editor-in-chief Folia P.S. Got any news? Mail us: redactie@folia.nl or leave a DM at @Folia_NL TWEEDE WERELDOORLOG UvA-studenten speelden in de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol in het verzet. WORLD WAR II UvA students played an important role in the resistance during the Second World War. SNOEPREISJES Hoe bedrijven studenten proberen te verleiden met dure snoepreisjes naar het buitenland. TRIPS ABROAD How companies are trying to entice students to join them with expensive trips abroad. KLIMAATRECHTVAARDIGHEID Interview met hoogleraar Joyeeta Gupta over klimaatrechtvaardigheid. CLIMATE JUSTICE Interview with professor Joyeeta Gupta about climate justice. DANKBAAR Elke dag een dankbaarheidsgebedje: goed voor je mentale gezondheid of een fabel? GRATEFUL A prayer of gratitude every day: good for your mental health or a myth? VERDER: interview met voetbalverslaggever en UvA-alumnus Noa Vahle, wetenschapper Timo Koren over het nachtleven in Amsterdam, decaan Marieke de Goede zwemt in ijskoud water tegen stress, en hoe is het om als student nog thuis te wonen? ALSO: interview with football reporter and UvA alumnus Noa Vahle, scientist Timo Koren on nightlife in Amsterdam, dean Marieke de Goede swims in icecold water to combat stress and what is it like to still live at home as a student? FEB 2025 10 16 22
UvA alumnus Noa Vahle is a sports reporter at Ziggo Sport. She wrote her bachelor thesis on planes on her way to football matches. “You really learn this profession by gaining experience in practice.” UvA-alumnus Noa Vahle is sportverslaggever bij Ziggo Sport. Haar bachelorscriptie schreef ze in vliegtuigen op weg naar voetbalwedstrijden. ‘Dit vak leer je echt door ervaring op te doen in de praktijk.’ Wessel Wierda Laura de Mildt 4 FOLIA
Louis van Gaal, Luka Modrić, José Mourinho, Arne Slot; het is een indrukwekkend lijstje voetbaltrainers en -spelers dat ze in haar jonge carrière al voor de camera heeft weten te krijgen. Als sportverslaggever bij Ziggo Sport spreekt Noa Vahle (25) regelmatig de grootste sterren in het voetbal. ‘Een meisjesdroom,’ geeft ze aan, waar ze veel plezier aan beleeft. Dat haar baan ook heel glamorous zou zijn, is volgens Vahle wel een grote misvatting. In werkelijkheid is het vooral voorbereiden – interviews en wedstrijden terugkijken, voetbalnieuws lezen: ‘als ik niet goed voorbereid ben, word ik zenuwachtig’ – ‘statief meesjouwen naar het voetbalstadion’, snel nog even poeder op het gezicht smeren, ‘glim ik,’ vragen aan de cameraman, ‘nee? Oké, we gaan live!’ Is het zo stressvol? ‘Nee, het is geen stressvolle baan, maar wel een drukke baan. Je moet veel “nee” zeggen tegen mensen, want je bent veel weg. Maar ik krijg er geen stress van, interviewen is heel leuk om te doen en voetbal is mijn passie.’ Normaal gesproken stel jij natuurlijk de vragen. Is het raar om nu de antwoorden te geven? ‘Ja, best wel. Ik houd ook niet echt van interviews, daarom doe ik er niet zo veel. Maar laatst was ik wel bij de College Tour-podcast van Twan Huys en dat vond ik leuk om te doen omdat het verbonden was aan een universiteit, zoals dit interview dat ook is.’ Voel je je nog zo sterk verbonden met de studentenwereld? ‘Het zijn natuurlijk mijn generatiegenoten. Maar een echt typische student ben ik niet geweest. Ik heb er altijd veel naast gewerkt en in de avonduren gestudeerd. Bovendien speelde een groot gedeelte van mijn studie zich af tijdens corona. Dat kwam ook wel goed uit hoor, want daardoor kon ik terwijl ik in de studio zat tussendoor even een hoorcollege kijken. Mijn bachelorscriptie heb ik in vliegtuigen onderweg naar voetbalwedstrijden geschreven. Gelukkig leer je in dit vak het meest door gewoon ervaring op te doen, haha. Maar een echte studentenervaring, met avonden in de lampen hangen, heb ik dus niet gehad.’ Louis van Gaal, Luka Modrić, José Mourinho, Arne Slot; it is an impressive list of football coaches and players she has managed to get in front of the camera in her young career. As a sports reporter at Ziggo Sport, Noa Vahle (25) regularly speaks to the biggest stars in football. “A girl’s dream,” she says, which she thoroughly enjoys. That her job would also be very glamorous is a big misconception, according to Vahle. In reality, it is mostly preparation – reviewing interviews and matches, reading football news: “if I am not well prepared, I get nervous” – “lugging tripod to the football stadium”, quickly applying powder on the face, asking the cameraman, “is my face shiny?” “No? OK, we’re going live!” Is it that stressful? “No, it’s not a stressful job, but it’s a busy one. You have to say “no” to people a lot, because you’re away a lot. But it doesn’t stress me out, interviewing is great fun to do, and football is my passion.” Normally, of course, you ask the questions. Is it weird to give the answers now? “Yes, quite a bit. I don’t really like interviews either, which is why I don’t do many. But the other day I did join Twan Huys’ College Tour podcast and I liked that because it was connected to a university, as is this interview.” Do you still feel so strongly connected to the student world? “Students are, of course, my contemporaries. But I haven’t really been a typical student. I have always worked a lot alongside and studied in the evenings. Moreover, a large part of my studies took place during corona. That was convenient, because it meant I could watch a lecture while sitting in the studio. I wrote my bachelor thesis on planes on the way to football matches. Fortunately, you learn the most in this profession by just gaining experience, haha. But a real student experience, with late evenings, I haven’t had any.” She looks around for a moment. “A pity, though, because when I walk around the Roeterseiland campus and see all these students together, I do think: wow, 5 FEB 2025 ‘DE GROOTSTE MISVATTING IS DAT MIJN BAAN HEEL GLAMOROUS IS’ ‘THE BIGGEST MISCONCEPTION IS THAT MY JOB IS VERY GLAMOROUS’
je handen gerukt. Het lag politiek gezien allemaal heel gevoelig. Maar ik vond het wel belangrijk om die vraag te stellen; zeker omdat de vragen vóór mij alleen maar gingen over hele andere onderwerpen. Toen dacht ik wel: fuck it, ik ben hier toch straks weg uit deze zaal.’ Het is toch ook je taak om juist die moeilijke vraag te stellen? ‘Ja, tóch? Vind ik wel.’ Wat zijn je verdere toekomstplannen? Gaan we je binnenkort ook meer buiten de voetballerij zien? ‘Toevallig ga ik straks naar een draaidag voor een nieuw programma: Beste Wensen, waarin we wensen van mensen in vervulling laten gaan. Heel leuk, maar wel uit mijn comfortzone hoor. Voetbal is altijd de rode draad in mijn leven geweest en voorlopig zie ik dat niet zo snel veranderen. Zo’n programma als Beste Wensen vind ik dan wel leuk om te maken, maar laat ik het zo zeggen, ik zie mezelf niet zo snel met hakken en al in de studio staan om een quiz te presenteren.’ ↙ Ze kijkt even rond. ‘Wel jammer, want als ik hier zo loop over de Roeterseilandcampus en al die studenten bij elkaar zie, denk ik wel: wauw, gezellig, leuk. De dingen die hen bezighouden, houden mij ook bezig. Daardoor kan ik me ook beter in hen verplaatsen dan andere mensen in mijn vak.’ Ja, je bent een jonge vrouw in een werkveld waar collega’s toch vaak ouder en man zijn. Hoe is dat voor jou? ‘Ik vind het juist leerzaam om van ze te leren en eerlijk gezegd vind ik het zelfs prettig om met mannen te werken. Mannen zijn vaak wat directer, daar ben ik ook wel van. Zij zeggen gewoon: dit is goed, dit is fout! Vrouwen willen er nog wel eens omheen draaien, terwijl ik gewoon wil weten hoe het zit. Vaak is de afwisseling wel goed hoor, een vrouwelijke presentator en mannelijke analist vind ik bijvoorbeeld erg goed werken. Maar ik vind dat er bij dit soort discussies eerst en vooral gekeken moet worden naar iemands capaciteiten.’ Nu zijn er ook mensen die jou niet kennen, die zullen zeggen: ja, leuk en aardig, maar jij bent de dochter van Linda de Mol. ‘Vaak gaat het daar inderdaad meer over dan dat ik jong en vrouw ben. En dan ben ik de eerste die zegt dat ik daardoor ongetwijfeld meer connecties en kansen heb gekregen. Ik zal het waarschijnlijk de rest van mijn leven blijven horen. Maar uiteindelijk sta je ergens, naar mijn mening, omdat je er de kwaliteiten voor hebt.’ In 2023 won Vahle de Televizier-Ring Talent award. In haar toespraak toonde ze zelfspot door onder meer haar familie te bedanken voor ‘de kruiwagen’ – een ludieke verwijzing naar die ‘connecties en kansen’. Ook refereerde ze aan het WK-voetbal in Qatar waar ze als 22-jarige naar toe mocht om verslag te doen. Voor Vahle het meeste bijzondere moment uit haar carrière tot dusver. Welk interview tijdens dat WK is je erg bijgebleven? ‘Ik heb toen een vraag gesteld aan de voorzitter van de FIFA, Gianni Infantino, over de arbeidsmigranten die gestorven zijn bij de bouw van WK-stadions in Qatar. Dat was niet makkelijk, want hoewel ik op de eerste rij zat, was ik de hele tijd met mijn hand in de lucht aan het wachten. Er zaten honderden journalisten in de zaal. Toen ik eindelijk de beurt kreeg vroeg ik hem hoe het kon dat hij zei dat er maar drie doden zijn gevallen, terwijl de ambassadeur van het WK het over vierhonderd doden had en de Britse krant The Guardian zelfs over 6.500 doden… Sowieso dacht ik: ook al zijn het er drie, we hebben het hier wel over mensenlevens. En toen kwam hij vervolgens met een walgelijk antwoord over de manier waarop er geteld werd. Die zou niet juist zijn geweest, stelde hij laconiek.’ Kon je hem een vervolgvraag stellen? ‘Nee, want de microfoon wordt bij zo’n vraag meteen uit ‘Ik vind het zelfs prettig om met mannen te werken, vrouwen willen er nog wel eens omheen draaien’ “I even like working with men, women sometimes want to beat around the bush” 6 FOLIA
undoubtedly gained more connections and opportunities because of that. I will probably keep hearing it for the rest of my life. But ultimately, in my opinion, you stand somewhere because you have the qualities for it.” In 2023, Vahle won the Televizier-Ring Talent award. In her speech, she showed self-mockery by, among other things, thanking her family for “the wheelbarrow” – a playful reference to those “connections and opportunities”. She also referred to the World Cup in Qatar where she was allowed to go as a 22-year-old reporter. For Vahle, the most special moment of her career so far. Which interview during that World Cup is particularly memorable to you? “I then asked FIFA president Gianni Infantino a question about the migrant workers who died building World Cup stadiums in Qatar. This was not easy, because although I was sitting in the front row, I was waiting the whole time with my hand in the air. There were hundreds of journalists in the room. When I finally got my turn, I asked him how it was possible that he said there were only three deaths, while the World Cup ambassador was talking about four hundred deaths and the British newspaper The Guardian was even talking about 6,500 deaths... Anyway, I thought: even if there are three, we are talking about human lives here. And then he came up with a disgusting answer about the way the counting was done. Which would not have been correct, he laconically stated.” Could you ask him a follow-up question? “No, because the microphone is immediately ripped from your hands at such a question. It was all very politically sensitive. But I did think it was important to ask that question, especially because the questions before me only dealt with completely different topics. Then I thought: fuck it, I’ll be out of this room here soon anyway.” Isn’t it also your job to ask that very difficult question? “Yes, isn’t it? I think so.” What are your plans for the future? Are we going to see you more outside football soon? “I happen to be going to a shoot for a new programme soon: Best Wishes, in which we make people’s wishes come true. Great fun, but out of my comfort zone. Football has always been important in my life and I don’t see that changing any time soon. I do enjoy making a programme like Best Wishes, but let me put it this way: I don’t see myself in the studio presenting a quiz any time soon, with heels and all.” ↙ cozy, fun. The things they think about, I also think about. As a result, I can also empathise with them better than other people in my profession.” Yes, you are a young woman in a field where colleagues are often older and male anyway. How is that for you? “I actually find it educational to learn from them and, to be honest, I even like working with men. Men tend to be a bit more direct, I like that too. They just say: this is right, this is wrong! Women sometimes want to beat around the bush, while I just want to know what the situation is. Often the variety is good. For instance, I find a female presenter and male analyst very good. But I think in discussions like these, one should first and foremost look at someone’s capabilities.” Now, some people who don’t know you will say: yes, nice and all, but you are Linda de Mol’s daughter. “Indeed, often it is more about that than that I am young and a woman. And then I am the first to say that I have 7 FEB 2025
TIMO KOREN AVONTUURLIJKE NACHTDIEREN Waar moet nachtcultuur heen in een almaar duurder wordende stad waar verdichting het mantra is? Rond 2010 vonden clubs als Trouw die ruimte in leegstand buiten het centrum, maar de tijdelijke vergunning die ze kregen had een keerzijde: de trendsettende club maakte de buurt aantrekkelijk, vertrok, en plaveide zo de weg voor projectontwikkelaars. Kortom: ze versterkte het gentrificatieproces. Amsterdam ziet inmiddels in dat tijdelijkheid het ruimteprobleem niet oplost. Omdat steeds iets nieuws openen lastig is, ligt de focus in beleidsdocumenten meer op permanente locaties. Bovendien neemt de gemeente vaker een leidende rol: zo is er een plan voor een speciaal gebouwde en experimentele nachtclub verstopt achter de Halvemaansteeg, net naast het Rembrandtplein. Niet op een industrieterrein maar midden in een klassiek uitgaansdistrict. Die club wordt gefinancierd met zowel publiek als privaat geld. Door de sturende rol van de gemeente begint nachtbeleid steeds meer op regulier cultuurbeleid te lijken. Daarvan profiteren ondernemers die de ambtelijke taal het beste spreken, terwijl nachtelijke vernieuwing zoals nieuwe muziekstijlen en subculturen historisch juist vaak van outsiders als krakers, queers en mensen van kleur komt. Ik had het erover met een Berlijnse organisator, die ik interviewde voor een onderzoeksproject over de rol van stedelijke overheden in het nachtleven. Ze moest lachen, en zei: dat klinkt typisch Nederlands – professioneel en goed geregeld, maar klinisch. Zoals TivoliVredenburg in Utrecht, waar je met de roltrap comfortabel van de ene zaal naar de andere kan. Een hele stap verwijderd van een aftands, maar charmant opgekalefaterd pand waar de eigenaar zelf, tegen wil en dank, de loodgieter van dienst is. Kortom, door professionaliteit en permanentie is de boekhouder content, de zaal hufterproof, en hebben sommige clubs een langer leven. Maar is de honger van het meer avontuurlijke nachtdier, op zoek naar een alternatief voor de voorspelbaarheid van het leven overdag, ook gestild? Timo Koren is universitair docent culturele economie aan de UvA. ADVENTUROUS NIGHT ANIMALS Where should night culture go in an increasingly expensive city where densification is the mantra? Around 2010, clubs like Trouw found that space in vacant buildings outside the city centre, but the temporary permit they got had a downside: the trendsetting club made the neighbourhood attractive. Then it left, paving the way for property developers. In short: it reinforced the gentrification process. Amsterdam has since realised that temporariness does not solve the space problem. Since opening something new all the time is difficult, policy documents focus more on permanent locations. Moreover, the municipality more often takes a leading role: for instance, there is a plan for a purpose-built and experimental nightclub hidden behind the Halvemaansteeg, just off Rembrandtplein. Not on an industrial estate but in the middle of a classic nightlife district. That club is funded by both public and private money. Because of the governing role of the municipality, nightlife policy is starting to look more and more like regular cultural policy. This benefits entrepreneurs who speak the official language best, while night-time innovation such as new music styles and subcultures has historically often come from outsiders like squatters, queers and people of colour. I was talking about it with a Berlin organiser I was interviewing for a research project on the role of urban authorities in nightlife. She laughed, saying: “That sounds typically Dutch – professional and well-regulated, but clinical. Like TivoliVredenburg in Utrecht, where you can get from one venue to another comfortably by escalator. Quite a step away from a dilapidated but charmingly refurbished building where the owner himself is, reluctantly, the plumber on duty.” In short, through professionalism and permanence, the accountant is content, the venue is bastard-proof, and some clubs have a longer life. But has the hunger of the more adventurous nocturnal animal, looking for an alternative to the predictability of daytime life, also been satisfied? Timo Koren is assistant professor Cultural Economy at the UvA. FOLIA Sija van den Beukel 8
9 Jim Haasnoot (22) werkt bij Coffee Star op Roeterseiland en woont bij zijn ouders in Voorhout ‘Op mijn 19e ging ik voor het eerst uit huis om te studeren in Delft. Een aantal verhuizingen en onderhuurcontracten verder, woon ik sinds dit academische jaar weer bij mijn ouders in Voorhout. Het is erg demotiverend om verder te zoeken naar een kamer. Als je op Facebook-oproepen reageert, krijg je vaak niet eens een reactie. Voor veel woningen kom ik ook niet in aanmerking omdat ze op zoek zijn naar 25+-ers, net afgestudeerden, of vrouwen.’ Jim Haasnoot (22) works at Coffee Star on Roeterseilandcampus and lives with his parents in Voorhout “At 19, I left home for the first time to study in Delft. Several moves and sublets further, I have been living with my parents in Voorhout again since this academic year. It is very demotivating to continue looking for a room. If you respond to Facebook calls, you often don’t even get a response. I also don’t qualify for many houses because they are looking for 25+ people, recent graduates, or women.” & Sara Kerklaan Deze studenten wonen (weer) thuis These students are living at home (again)
10 FOLIA De vergeten vrouwelijke verzetsstrijders The forgotten female resistance fighters UvA-studenten redden honderden Joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog UvA students saved hundreds of Jewish children in World War II Hannah van Loghem ca. 1940
11 FEB 2025 Enkele seconden heeft de Amsterdamse UvA-student geschiedenis Hannah van Loghem in 1943 om het kindje uit de Joodse kindercrèche te redden. Met een baby tegen haar borst gedrukt sprint ze van de crèche naar tramlijn 8. De stilstaande tram houdt haar dat ene ogenblik uit het zicht van de Duitse bewakers. Als de gevulde tram gaat rijden moet Hannah in de beschutting van het voertuig mee rennen, voor haar leven en dat van het Joodse kindje. Hannah is één van de negen vrouwelijke studenten die in het boek voorkomen dat UvA-onderzoeker en docent moderne geschiedenis Anna Boogaard volgend jaar november zal uitbrengen. De UvA-studenten wisten in de Tweede Wereldoorlog honderden Joodse mensen, hoofdzakelijk kinderen, te laten onderduiken. ‘De Duitsers dachten simpelweg vaak niet aan vrouwen als verzetsleden,’ verklaart Boogaard de bijdrage van de volgens haar onderbelichte verzetsvrouwen. De vrouwelijke studenten waren nodig om het verzetsplan van de Duits-Joodse Walter Süskind, directrice van de kindercrèche Henriëtte Pimentel en rechtenstudent Piet Meerburg uit te voeren. In 1943 legde verzetslid Meerburg, de verloofde van Hannah, contact met Süskind, directeur van de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. In de schouwburg werden Joodse mensen verzameld voordat ze – onwetend van hun gruwelijke lot – met tramlijn 8 en vervolgens de trein naar concentratiekampen werden gebracht. Het verzetswerk was als volgt: Süskind overtuigde wanhopige ouders om het lot van hun kinderen in de handen van Meerburg en andere studenten te leggen, die hen zouden smokkelen naar onderduikadressen. Süskind en een medewerker zorgden er in het geniep voor dat de persoonsbewijzen van de kinderen Only a few seconds UvA student history Hannah van Loghem has to rescue the baby from the Jewish nursery in 1943. With the baby pressed to her chest, she sprints from the kindergarten to tram line 8. The stationary tram keeps her out of sight of the German guards for that one moment. When the very busy tram starts moving, Hannah has to run along in the shelter of the vehicle, for her life and that of the Jewish baby. Hannah is one of nine female students featured in the book that UvA researcher and modern history lecturer Anna Boogaard will release next November. The UvA students managed to get hundreds of Jewish people, mainly children, into hiding during World War II. “The Germans simply often did not think of women as members of the resistance,” Boogaard explains the contribution of what she believes to be underexposed: the women in the resistance. The female students were needed to implement the resistance plan of German-Jewish Walter Süskind, director of the kindergarten Henriëtte Pimentel and law student Piet Meerburg. In 1943, resistance member Meerburg, Hannah’s fiancée, made contact with Süskind, director of the Hollandsche Schouwburg in Amsterdam. Jewish people were gathered at the theatre before being taken – unaware of their gruesome fate – by tram line 8 and then on the train to concentration camps. The resistance work was as follows: Süskind convinced desperate parents to put the fate of their children in the hands of Meerburg and other students, who would smuggle them to hiding addresses. Süskind and an associate secretly ensured Als eigen baby in hun kinderwagen of simpelweg aan de hand: Amsterdamse studenten smokkelden honderden Joodse kinderen naar onderduikadressen. Onderzoeker Anna Boogaard schrijft een boek over deze verzetsvrouwen. Toon Meijerink Floor van den Borne | Romain Beker | Privéarchief Krijn Meerburg Acting as if it were their own babies in the prams or simply taking children by the hand: Amsterdam students smuggled hundreds of Jewish children to hiding addresses. Researcher Anna Boogaard is writing a book about the women who resisted the Nazi-regime.
12 FOLIA verdwenen uit de archieven, zodat hun verdwijning niet op zou vallen in de Duitse administratie. De bewakers van de schouwburg zagen de lawaaierige kinderen graag tijdelijk naar de overgelegen kindercrèche, wiens Joodse personeel meehielp aan de smokkel, vertrekken. Vanaf de kindercrèche begon het benauwende werk van de vrouwelijke studenten. De kinderen werden door de crèchemedewerkers over de heg van de aangrenzende Kweekschool gehesen, in de jutenzakken van de melkboer gestopt en bij wandelingen door de buurt raakte dikwijls ineens een kind ‘kwijt’. ‘De vrouwen deden de kindjes dan in kinderwagens of hielden ze aan hun hand, alsof het hun eigen kinderen waren,’ vertelt Boogaard, ‘Iets wat voor de mannen – die nooit alleen met kinderen op pad gingen in die tijd – niet mogelijk was.’ Die kinderen moesten dan zo snel mogelijk naar onderduikadressen die UvA’er Meerburg en zijn studievrienden, maar vaak ook de vrouwen zelf, hadden gevonden. Boogaard: ‘Dat was enorm gevaarlijk werk. De kindjes hoefden maar één keer niet naar hun that the children’s identity cards disappeared from the archives so that their disappearance would not be noticed in the German administration. The theatre’s guards were happy to see the noisy children leave temporarily for the kindergarten opposite, whose Jewish staff helped with the smuggling. From the kindergarten, the work of the female students began. The children were hoisted over the hedge of the neighbouring nursery school by the kindergarten workers, put into the milkman’s burlap sacks, and on walks through the neighbourhood, often someone would suddenly ‘lose’ a child. “The women would then put the children in prams or hold them by their hands, as if they were their own children,” says Boogaard, “Something the men – who never went out alone with children in those days – couldn’t do.” Those children then had to go as quickly as possible to hiding addresses that UvA student Meerburg and his study friends, but often the women themselves, had found. Boogaard: “That was enormously dangerous work. If the little kids didn’t listen to Hannah van Loghem (tweede van rechts) met haar dispuut in de winter van 1939, enkele maanden voor de oorlog. Hannah van Loghem (second from right) with her sorority in the winter of 1939, a few months before the war. Anna Boogaard
13 valse niet-Joodse naam te luisteren of om hun echte mama te gaan roepen en de studenten zouden betrapt worden.’ Daarmee liepen vooral de vrouwelijke studenten het echte ontdekkingsrisico, wat makkelijk zou kunnen leiden tot hun executie door de bezetter. ‘Hannah reisde met verschillende Joodse kinderen bijvoorbeeld helemaal naar Tienray in Limburg.’ Eén van die waarschijnlijk uit de crèche gesmokkelde kinderen is de Joodse Rachel Sluijs (82). Ze was nog geen negen maanden oud toen haar moeder haar in 1943 afstond. ‘Er is mij verteld dat ik als baby in een rugzak ben verstopt. Studenten hebben mij vervolgens naar een onderduikadres in Nieuwegein bij Utrecht gebracht,’ vertelt ze. Of dat door bijvoorbeeld Hannah of één van haar vriendinnen gedaan werd, weet niemand. Van het Joodse kindje werden de ouders, opa’s, oma’s, tantes, ooms, nichtjes en neefjes in de oorlog allemaal vermoord. Later vond ze nog één oudtante en één oudoom. ‘Het enige dat ik weet, vertelde de vrouw bij wie ik werd geplaatst. Er stond op de dag een student bij haar op de stoep met mij in haar arm, en dat was het.’ De kleine Rachel vond onderdak bij een kinderloze niet-Joodse vrouw die al drie Joodse kinderen in huis had. Haar man was daarom van haar gescheiden, al vertelde hij nooit over de gevaarlijke activiteiten van zijn ex-vrouw. ‘Wij werden voorgesteld als kinderen van fictionele familieleden die bij het Rotterdamse bombardement zouden zijn omgekomen.’ Herinneringen aan of emoties bij die smokkelactie van de studenten of de periode bij haar pleegmoeder heeft Rachel Sluijs nooit gehad. ‘Ik heb alles weggestopt. Ik ben bijna mijn hele leven depressief geweest. Ik kan alleen nog met afstand praten over die trauma’s.’ Na de oorlog wilde niemand meer naar het ongekende verdriet omkijken. ‘Niemand van mijn familie kwam terug uit de oorlog. En ik mocht niet bij mijn pleegmoeder blijven omdat zij een gescheiden vrouw was.’ Toen haar pleegzusje op een dag terugkwam bij hun nieuwe pleegfamilie, was de inmiddels driejarige Rachel er niet meer. ‘Via their fake non-Jewish name or started calling for their real mum, the students would get caught.” This put the female students in particular at real risk of discovery, which could easily lead to their execution by the occupying forces. “Hannah, for example, travelled with several Jewish children all the way to Tienray in Limburg.” One of those probably smuggled out of the nursery was Jewish Rachel Sluijs (82). She was less than nine months old when her mother handed her over in 1943. “I was told I was hidden in a backpack as a baby. Students then took me to a hiding address in Nieuwegein near Utrecht,” she says now. Whether that was done by Hannah or one of her friends, for example, no one knows. Rachel’s parents, grandparents, aunts, uncles, nieces and nephews were all killed during the war. She later found one great-aunt and one great-uncle. “That was all the women with whom I was placed knew, she told me. There was a student at her doorstep on the day with me in her arm, she told, and that was it.” Little Rachel found shelter with a childless non-Jewish woman who already had three Jewish children in the house. Her husband had therefore divorced her, though he never told her about his ex-wife’s dangerous activities. “We were presented as children of fictional relatives who would have perished in the Rotterdam bombing.” Rachel Sluijs never had any memories or emotions about that student smuggling operation or the period with her foster mother. “I suppressed everything. I have been depressed almost all my life. I can only talk about those traumas with distance.” After the war, no one wanted to look back at the unprecedented grief. “None of my family came back from the war. And I was not allowed to stay with my foster mother because she was a divorced woman.” When her foster sister returned to their new foster family one day, Rachel, now three, was no longer there. “Through children’s homes, I was placed with a Jewish foster family in Amsterdam. There I had a good childhood, but the war was not talked about.” What her parents looked like, what their characters were FEB 2025 Rachel Sluijs
kindertehuizen werd ik geplaatst bij een Joodse pleegfamilie in Amsterdam. Daar had ik een goede jeugd, maar over de oorlog werd niet gepraat.’ Hoe haar ouders eruitzagen, hoe hun karakters waren of ze op haar opa of oma leek, Rachel Sluijs heeft het nooit kunnen weten. Dankbaar voor haar redding door de studenten is de Joodse dame ook niet per se. ‘Moet je dankbaar zijn als je niet vermoord bent zoals de rest van je familie?’ Zodoende heeft ze ook geen contact gezocht met de studenten die haar als baby naar Nieuwegein brachten, als ze al had geweten wie dat precies waren. Na de oorlog richten die verzetsstudenten gezamenlijk de nog bestaande bioscoop Kriterion op. Boogaard, die in 2020 bestuurder van de bioscoop was: ‘Er werd daar weinig gepraat over het moedige werk van de vrouwelijke studenten. Hannah weigerde elke onderscheiding. Meerburg had het in interviews sporadisch over “de meisjes”.’ Hannah, de andere UvA-studenten en de overige verzetsleden rond de Amsterdamse kindersmokkel wisten in de oorlog minstens vijfhonderd kinderen te redden. Overlevende Rachel Sluijs vond haar liefde met wie ze nog steeds haar dagen doorbrengt. ‘En we hebben drie prachtige kinderen en een schat aan lieve kleinkinderen.’ De voormalige onderduikster benadrukt dat de mensen die haar onder lieten duiken ‘ontzettend dapper’ waren. Toch heeft ze nooit écht blij kunnen zijn dat ze, mede door de studenten, gered is van de Holocaust. ‘Och, was al deze ellende me maar bespaard gebleven.’ ↙ like or whether she resembled her grandfather or grandmother, Rachel Sluijs has never been able to know. Nor is she necessarily grateful for her rescue by the students. “Should you be grateful if you were not murdered like the rest of your family?” So she also did not seek contact with the students who brought her to Nieuwegein as a baby, if she had known exactly who they were. After the war, those resistance students jointly founded the still-existing cinema Kriterion. Anna Boogaard, who was director of the cinema in 2020: “There was little talk there about the courageous work of the female students. Hannah refused any awards. Meerburg sporadically mentioned “the girls” in interviews. Hannah, the other UvA students and the other members of the resistance around the Amsterdam child smuggling operation managed to save at least five hundred children during the war. Survivor Rachel Sluijs found her love with whom she still spends her days. “And we have three beautiful children and a whole bunch of sweet grandchildren.” The former hider stresses that the people who let her go into hiding were “incredibly brave”. Yet she has never been able to be truly happy that she was saved from the Holocaust, partly because of the students. “Oh, if only I had been spared all this misery.” ↙ Hannah van Loghem (sixteenth from right, back row standing) dinner with her sorority in 1940. Hannah van Loghem (zestiende van rechts, achterste rij staand) diner met haar dispuut in 1940.
Deze studenten wonen (weer) thuis These students are living at home (again) 15 Abel Koenen (19) studeert sociale geografie en planologie en woont bij zijn ouders in Amsterdam ‘Mijn kamer is afgescheiden van de werkkamer van mijn moeder met een deur waar melkglas in zit. Dat is zo dun dat je alles kan horen. Zo hoor ik mijn moeder typen, kan ik haar woord voor woord verstaan als ze zit te bellen en kan ik zelfs beneden tijdens het ontbijt de cruesli in een kommetje horen vallen. Maar mijn kamer is verder wel geweldig. Ik heb een eigen badkamer, wc, tv aan voeteneinde van mijn bed en het is ruim. Je kunt er zelfs ijsberen.’ Abel Koenen (19) studies social geography and planning and lives with his parents in Amsterdam “My room is separated from my mother’s study with a door that has milk glass in it. It is so thin that you can hear everything. So I can hear my mother typing, I can understand her word for word when she is on the phone and I can even hear the cruesli falling into a bowl downstairs during breakfast. But my room is otherwise great. I have my own bathroom, toilet, TV at the foot of my bed and it is spacious. You can even pace nervously there.” & Sara Kerklaan
How big firms bring in top students WITH TRIPS TO DUBAI, LAPLAND OR LISBON HOE GROTE KANTOREN TOPSTUDENTEN BINNENHALEN MET TRIPJES NAAR DUBAI, LAPLAND OF LISSABON FOLIA 16
Om topstudenten te enthousiasmeren en de concurrentie voor te zijn bieden bedrijven al jaren zogeheten business courses aan naar bestemmingen in het buitenland. Kosten noch moeite worden gespaard. ‘Ik stond ervan te kijken hoeveel geld er aan ons werd uitgegeven.’ Met een groot kantoor een weekend of langer naar het buitenland? ‘Een mooi gebaar naar studenten toe,’ vindt Leslie van der Werf. De UvA-student fiscale economie meldde zich onlangs aan voor zo’n tripje van de Nederlandse tak van adviesbureau EY – in jargon een business-, master- of talent course genoemd. Bestemming: Londen. ‘Door zo’n meerdaagse tocht krijg je een veel beter beeld van hoe de mensen bij het kantoor écht zijn,’ denkt Van der Werf. ‘In die zin lijkt het me representatiever dan bijvoorbeeld een kantoorbezoek in Nederland.’ Grote bedrijven organiseren zo’n business course in de hoop topstudenten te enthousiasmeren om bij hen stage te komen lopen. Accommodatie en vlucht worden doorgaans vergoed door het bedrijf zelf en er is keuze genoeg voor studenten die van reizen houden. Adviesbureau Deloitte gaat naar Parijs en consultancykantoor Tax Pereira prijst met schattige husky’s op de website hun business course naar Lapland aan. Ook grote (fiscale) advocatenkantoren doen een duit in het zakje. Zo ging De Brauw Blackstone Westbroek dit jaar naar Rome, DLA Piper naar Dubai en Simmons en Simmons naar Lissabon. En elk jaar kunnen de bestemmingen wisselen, laatstgenoemde kantoor ging vorig jaar bijvoorbeeld naar IJsland en het jaar daarvoor naar Tallinn. Waarom organiseren grote bedrijven dit soort reisjes eigenlijk? Oftewel: wat hebben ze ermee te winnen om met studenten een paar dagen naar bestemmingen als Dubai en Lapland af te reizen? Kennismaking ‘We willen studenten de kans bieden om op een laagdrempelige manier ons kantoor te leren kennen,’ zegt Elisabeth Visser. Ze is twee jaar geleden afgestudeerd als arbeidsrechtjurist aan de UvA, maar nu werkzaam als campus recruiter bij advocatenkantoor Loyens en Loeff, waar ze een fiscale business course naar Zürich organiseert. Laagdrempelig, noemt ze het, omdat een business course in tegenstelling tot een voltijds stage van twee maanden slechts een weekend in beslag neemt. ‘Zo’n stage is best wel een commitment voor studenten. Vaak doen ze er bijvoorbeeld nog een scriptie naast.’ Dan is een business course een fijne, eerste stap voor studenten, om in een korter tijdsbestek (vaak een weekend, al gaat DLA Piper bijvoorbeeld vijf dagen naar Dubai) te kijken of het bedrijf wel bij hen past. ‘Zo’n reisje zou een getalenteerde student net over de streep kunnen trekken’ Tijdens de business course is er ruimte voor vrije tijd, maar staan er ook activiteiten op het programma die te maken hebben met de werkzaamheden van het bedrijf, dat vaak eveneens in het land van bestemming gevestigd is. Zo moeten studenten die met Loyens en Loeff naar Zürich gaan een fiscale casus oplossen, ‘de case fondue’. ‘Die naam is de reden To enthuse top students and get ahead of the competition, companies have been offering so-called business courses to destinations abroad for years. No expense is spared. “I was amazed at how much money was spent on us.” Going abroad with your colleagues from your possible future new company for a weekend or longer? “A nice gesture towards students,” thinks Leslie van der Werf. The UvA Tax Economics student recently signed up for such a trip – that insiders call a business, master or talent course – by the Dutch branch of consultancy firm EY. Destination: London. “Such a multi-day trip gives you a much better idea of what people at the firm are really like,” Van der Werf thinks. “In that sense, I think it is more representative than, say, an office visit in the Netherlands.” Large companies organise such a business course, hoping to enthuse top students to come and do an internship with them. Accommodation and flights are usually covered by the company and there is plenty of choice for students who like to travel. Consultancy firm Deloitte goes to Paris and consultancy firm Tax Pereira advertises their business course to Lapland with cute huskies on its website. Large (tax) law firms are also making an effort. This year, for instance, De Brauw Blackstone Westbroek went to Rome, DLA Piper to Dubai and Simmons and Simmons to Lisbon. And every year the destinations can change; the latter firm went to Iceland last year, for example, and Tallinn the year before. Why do big firms organise such trips anyway? In other words, what do they gain from taking students on a few days’ trip to destinations like Dubai and Lapland? “We want to give students the opportunity to get to know our office in an approachable way,” says Elisabeth Visser. She graduated as an employment lawyer at the UvA two years ago, but now works as a campus recruiter at law firm Loyens and Loeff, where she organises a tax business course to Zurich. Approachable, she calls it, because, unlike a full-time two-month internship, a business 17 FEB 2025 Wessel Wierda Marc Kolle
18 dat we al jaren naar Zürich gaan,’ lacht Visser. Valt een student in positieve zin op dan krijgt diegene een stageplek aangeboden. Dat gebeurt relatief vaak, stelt ze. Alle twintig studenten die het afgelopen jaar met Loyens en Loeff naar Zürich meegingen mochten op stage komen. Veel concurrentie Er is juridische-, financiële- en accountancy-kantoren veel aan gelegen om talentvolle studenten te rekruteren, weet UvA-hoogleraar ondernemingsrecht Harm-Jan de Kluiver. Hij is zelf jarenlang advocaat geweest bij De Brauw Blackstone Westbroek. ‘Er is veel concurrentie,’ constateert hij. Zo’n reisje zou een getalenteerde student net over de streep kunnen trekken om bij dat bedrijf te gaan solliciteren, denkt De Kluiver. Dat ziet ook loopbaancoach Marie-Elise van den Hoek Ostende, die bij het UvA Student Careers Centre werkt, waar ze studenten coacht met hun stap naar de arbeidsmarkt. Wat ze merkt is dat studenten die geïnteresseerd zijn in het werken bij de ene grote organisatie, in de praktijk vaak ook interesse hebben in het werken bij een andere grote organisatie. Dit soort bedrijven vissen dus allemaal in dezelfde vijver, zegt ze. Maar vroeger gingen bedrijven niet of nauwelijks met talentvolle studenten naar het buitenland, volgens De Kluiver. ‘Op een gegeven moment is dat er een beetje ingeslopen. Door economische voorspoed van de bedrijven enerzijds, maar ook doordat studenten het steeds normaler zijn gaan vinden om niet naar de Veluwe te gaan, maar naar bijvoorbeeld Mallorca of Bali. Dat gemak waarmee studenten de hele wereld overvliegen leidt tot een zekere inflatie van locaties. Om met iets bijzonders te komen moet je als bedrijf dus tegenwoordig van goeden huize komen.’ Duurzaamheid Dan kom je dus bij een bestemming als Dubai uit – een locatie waar accountant- en adviesorganisatie KPMG een paar jaar terug ook nog een recruitmentevent organiseerde. Of San Francisco, waar de business course van advocatenkantoor Allen & Overy tot voor kort jaarlijks heenging (dit jaar Parijs). ‘Vanuit duurzaamheidsperspectief zou ik zo’n intercontinentale reis gewoon niet meer doen,’ zegt De Kluiver, die veel wetenschappelijke artikelen over duurzaamheid heeft gepubliceerd. ‘Er zijn genoeg leuke bestemmingen waar je met de trein heen kunt.’ Steeds meer bedrijven lijken die boodschap ter harte te nemen, constateert UvA-alumni en advocaat Sophie Kuijpers. In 2018 ging ze zelf nog op business course naar het Chinese Shanghai. Als student is dat leuk, vertelt ze. ‘Ik heb toen in korte tijd hele leuke mensen ontmoet en ik weet nog wel dat ik toen echt stond te kijken van hoeveel geld er aan ons werd uitgegeven. Er werd zeker niet bespaard op kosten.’ Ze vindt dan ook dat de verantwoordelijkheid voor dit soort reizen niet bij de individuele student moet worden gelegd, maar bij het bedrijf zelf. ‘Studenten denken toch eerder: goh wat een leuk initiatief.’ Terwijl veel bedrijven juist ESG-doelstellingen zeggen te onderschrijven, die gericht zijn op het bevorderen van een duurzamer en socialer beleid binnen organisaties. Daarom vind ik nog het meest schrijnende, zegt Kuijpers, dat zo’n bedrijf als DLA Piper zegt zowel diversiteit en inclusie als duurzaamheid hoog in het vaandel te hebben staan, maar dan toch ervoor kiest om met studenten naar een land te vliegen waar homoseksualiteit verboden is. ‘Dan ben je gewoon ongeloofwaardig bezig en devalueer je ESG-toezeggingen van de hele sector.’ Uitstraling naar de klant Bij zo’n bestemmingskeuze zal meer gespeeld hebben dan duurzaamheidsoverwegingen, denkt Van den Hoek Ostende, die zelf bij een vorige werkgever al eens een business course naar Londen organiseerde, die later omgezet werd in een reisje naar Parijs – met de trein, welteverstaan. ‘Voor bedrijven is ook de uitstraling naar de klanten toe belangrijk. Ze willen aan hen laten zien: wij rekruteren de beste studenten, en daar hebben we wat voor over. Kijk maar.’ Vandaar dat bedrijven ook een streng selectieproces hanteren voor de business course. Alleen de beste studenten mogen mee. Lukt het UvA-student Van der Werf dus niet om daar doorheen te komen bij EY? Dan meldt hij zich gewoon aan voor een andere business course, zegt hij zonder twijfel. ‘Het reisje zelf is natuurlijk ook iets waar je voor gaat.’ ↙ Advocatenkantoor DLA Piper was ondanks meerdere pogingen niet bereikbaar om commentaar te geven op hun business course naar Dubai. FOLIA ‘Vanuit duurzaamheidsperspectief zou ik zo’n intercontinentale reis gewoon niet meer doen’
19 course only takes a weekend. “Such an internship is quite a commitment for students. They often do a thesis alongside it, for instance.” Then a business course is a fine, first step for students, to see in a shorter time frame (often a weekend, although DLA Piper, for example, goes to Dubai for five days) whether the company suits them. “Such a trip might just win over a talented student” Solve a case During the business course, there is room for free time, but the programme also includes activities related to the work of the company, which is often also based in the destination country. For example, students going to Zurich with Loyens and Loeff have to solve a tax case, “the case fondue”. “That name is the reason we have been going to Zurich for years,” laughs Visser. If a student stands out in a positive sense, they are offered an internship. This happens relatively often, she states. All 20 students who went with Loyens and Loeff to Zurich last year were allowed an internship. Lots of competition Legal, finance and accountancy firms are keen to recruit talented students, says UvA professor of corporate law Harm-Jan de Kluiver. He himself was a lawyer at De Brauw Blackstone Westbroek for many years. “There is a lot of competition,” he observes. Such a trip might just persuade a talented student to apply to that firm, De Kluiver thinks. This is also seen by career coach Marie-Elise van den Hoek Ostende, who works at the UvA Student Careers Centre, where she coaches students with their step into the job market. What she notices is that students who are interested in working at one large organisation are, in practice, often also interested in working at another large organisation. So these kinds of companies are all fishing in the same pond, she says. But in the past, companies hardly ever took talented students abroad, according to De Kluiver. “At some point, that kind of crept in. Due to economic prosperity of the companies on the one hand, but also because students started to find it increasingly normal not to go to the Veluwe, but to Mallorca or Bali, for example. That ease with which students fly all over the world leads to a certain inflation of locations. So to come up with something special as a company these days, you have to be of good stock.” Sustainability So then you end up at a destination like Dubai – a location where accountancy and consultancy organisation KPMG also organised a recruitment event a few years ago. Or San Francisco, where law firm Allen & Overy’s business course went every year until recently (this year Paris). “From a sustainability perspective, I just wouldn’t do such an intercontinental trip anymore,” says De Kluiver, who has published many academic articles on sustainability. “There are plenty of nice destinations where you can go by train.” More and more companies seem to be taking that message to heart, observes UvA alumni and lawyer Sophie Kuijpers. In 2018, she herself went on a business course to Shanghai, China. As a student, that’s fun, she says. “I met very nice people in a short time then and I do remember that I was really surprised then by how much money was spent on us. There was definitely no cutting costs.” She therefore thinks that the responsibility for this kind of travel should not be placed on the individual student, but on the company itself. “Surely students are more likely to think: gosh what a nice initiative.” While many companies actually claim to endorse ESG objectives, aimed at promoting more sustainable and social policies within organisations. “From a sustainability perspective, I just wouldn’t do such an intercontinental trip” That is why I find it most distressing, says Kuijpers, that a company like DLA Piper says it values diversity and inclusion as well as sustainability, but then chooses to fly students to a country where homosexuality is banned. “Then you are just being implausible and devaluing ESG commitments of the whole industry.” Appearance to customers More will have played a role in such destination choices than sustainability considerations, thinks Van den Hoek Ostende, who himself once organised a business course to London at a previous employer, which was later converted into a trip to Paris – by train, that is. For companies, the image towards customers is also important. They want to show them: we recruit the best students, and we have something to offer as well.” Hence, companies also have a strict selection process for the business course. Only the best students are allowed to participate. So does UvA student Van der Werf not manage to get through that at EY? Then he simply signs up for another business course, he says without hesitation. “The trip itself is also something you go for, of course.” ↙ Law firm DLA Piper could not be reached for comment on their business course to Dubai despite several attempts. FEB 2025
Sija van den Beukel Sara Kerklaan 22 FOLIA
Als een van de eersten schreef Joyeeta Gupta, destijds promovendus en nu hoogleraar, over klimaatrechtvaardigheid. Inmiddels is ze wereldwijd gerespecteerd, sleepte ze een Nobelprijs in de wacht én kreeg ze met de Spinozapremie eindelijk erkenning voor haar onderzoek naar rechtvaardigheid in de klimaatcrisis. Ze heeft nog één droom: een mondiale grondwet. De Indiase Joyeeta Gupta (60) en haar Nederlandse man hebben net besloten dat ze, na haar ERC grant, met vervroegd pensioen zal gaan als het telefoontje komt. Ze heeft de Spinozaprijs gewonnen, de Nederlandse equivalent van de Nobelprijs. Gupta twijfelde geen moment wat ze met de anderhalf miljoen euro prijzengeld wil doen: werken aan een mondiale grondwet, een idee dat ze al heeft sinds haar proefschrift in 1997. Daarmee kan er een eind komen aan de ongelijkheid tussen landen, hoopt Gupta. Ook kan een mondiale grondwet helpen om de lasten van de klimaatcrisis gelijk te verdelen. Folia spreekt haar, in het Nederlands, op een zonnige novemberdag in haar huis in Wateringen, een typisch Nederlands dorp tussen Den Haag en het kassengebied. Eenmaal binnen ontvouwt zich een andere wereld: de kamer is beschilderd met warme kleuren en staat vol met handgemaakte beeldjes, wandtapijten en beschilderde, houten panelen. ‘Handicrafts’, zegt Gupta. Meegenomen van haar reizen, de meeste uit India. Er staat thee met chocolaatjes op tafel. Wat kwam er allemaal op u af na het winnen van de Spinozapremie? ‘Heel veel, het was zo bizar om de Spinozaprijs te winnen. Ik had nooit gedacht dat mijn werk was opgevallen aan de UvA. Ik kwam er binnen als hoogleraar, een van de zovelen. Ik heb altijd in mijn eigen internationale bubbel gezeten.’ ‘De Spinozaprijs is echt een prijs voor de wetenschap, niet voor impact. Toen ik twintig, dertig jaar geleden schreef over rechtvaardigheid in klimaatverandering, kreeg ik te horen dat het te normatief was en ik me aan empirisch onderzoek moest houden. En misschien was dat goed advies. Ik heb het woord rechtvaardigheid toen een tijd lang niet gebruikt en gewoon geconstateerd dat er ongelijkheidsprobleem bestaat tussen het Mondiale Noorden en Mondiale Zuiden, onderbouwd met feiten. Dat ik die prijs nu heb gewonnen, juist voor mijn werk naar Joyeeta Gupta, then a PhD student and now a professor, was one of the first to write about climate justice. Since then, she has been respected worldwide, won a Nobel Prize and finally received recognition for her research on justice in the climate crisis with the Spinoza Prize. She has one more dream: a global constitution. Indian-origin Joyeeta Gupta (60) and her Dutch husband have just decided that, after her ERC grant, she will retire early when the call comes. She has won the Spinoza Prize, the Dutch equivalent of the Nobel Prize. Gupta did not hesitate for a moment what she wants to do with the one-and-a-half million euro prize money: work on a global constitution, an idea she has had since her PhD thesis in 1997. This could end inequality between countries, Gupta hopes. A global constitution could also help share the burdens of the climate crisis equally. Folia speaks to her, in Dutch, on a sunny November day at her home in Wateringen, a typical Dutch village between The Hague and the greenhouse area. Once inside, a different world unfolds: the room is painted with warm colors and is full of handmade figurines, tapestries and painted, wooden panels. “Handicrafts,” says Gupta. Taken from her travels, most of them from India. There is tea and chocolates on the table. What all came your way after winning the Spinoza Prize? “A lot, it was so bizarre to win the Spinoza Prize. I never thought my work had caught the eye of the UvA. I came in as a professor, one of so many. I have always been in my own international bubble.” “The Spinoza Prize is really a prize for science, not for impact. Twenty, thirty years ago, when I wrote about justice in climate change, I was told it was too normative and I should stick to empirical research. And maybe that was good advice. I did not use the word justice for a while then and simply noted that there is inequality problem between the Global North and Global South, substantiated with facts. That I have now won this prize precisely for my work on climate justice is great recognition.” “Since the Spinoza Prize, I have to show up somewhere in the Netherlands almost every week, for social debates, 23 FEB 2025 ‘ZONDER RECHTVAARDIGHEID KUNNEN WE DE KLIMAATCRISIS NIET OPLOSSEN’ “WITHOUT JUSTICE , WE CANNOT SOLVE THE CLIMATE CRISIS”
RkJQdWJsaXNoZXIy MTE2OTgy